Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
ilij is lichaam— gezond, maar geest— ziek.
Wij allen willen zeed—, geen zin—, maar wel zin—menschen
worden.
De preek dezer dominé was zeer sticht—.
Is 't passend on—bruik— woorden aan te wenden?
Deze redenaar zwaaide zijn vrienden uitbund— lof toe en hekelde
zijn vijanden genadeloos. Hoe jammer zoo parlijziek te zijn, dat
men alleen 't goede bij zijn vrienden , 't kwade bij zijn tegen-
standers Äemcrkt. Deze bewaarden dan ook een veracht— stil-
zwijgen.
V. Schier aller volkeren schepen doorklieven de onmeet-
nitgestrektheid van den Oceaan. Zelfs de verderf—ste dwalingen
hebben voorstanders gehad. Hoe aandoenlijk werden wij door de
onvergeet— woorden onzes stervenden vaders! — Op 't hooren
dezer verschrik— tijding verbleekte zij eensklaps en stortte on-
bcwust ter aarde. Haar echtgenoot schoot toe en droeg haar
onmachtig in zijn armen weg. — Door Uwe owgetronwheid hebt ge
mijn vertrouwen verbeurd, ellenc?i^e, en u zeiven in een onver-
mijdelijken afgrond gestort; thans zijt gij red— verloren.
VI. Verwar niet de Ind— taal met de Ind—, noch de Rom—
bevolking met de Room—. Is zij eene Fran— of Engel—? Zij is
een Rus—. — Genien zijn vaak kinderlijk , nooit kind—en (als zij
maar tijd van leven hebben) eindelijk kind—. — Deze kopp— en
onbuig— knaap zal bij een gestrenge hauAcXwijze wel leeren te ge-
hoorzamen; een streng, doch ^erech% meester zal hem spoedig
zoo gedvve maken, als een lam. Houd u daarvan overtuigd!
VII. „Wordt verlangd tegen den korst mogelijken tijd in dienst
te treden bij eeriare, fatsoenlijke burgerluitjens een volslagen
keukemeid, ii 40 's jaarlyhsehe guldens, teffens doorknede werk-
meid zijnde, 't stikken, naaien en omgang met de was bovenal
in de grond verstaande, huishondend en beschijden, niet rap met
de tong maar zooveel mogelijk van de hervormde eerendienst.
J.