Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
u
Mortemart-Boisse beweert, dat een oprecht gentleman jaarlijks alleen
aan handschoenen 9000 guldens besteden moet. Verbeel u! — 't Is
voorjaar; alle boom bloeit, alle vogel zingt, alle mensch spoeden
zich naar buiten, om de frisch lentelucht in te asemen. Kom,
verlaten ook wij de stijve stad, om de landvreugde te genieten.
Wat toch is kunst bij natuur! — De gelafc» dezer menschen komen
mij bekend voor. — De gebiederen der Duitsche vorstjes zijn alles
behalve uitgestrekt.
Tir. De aanlegging dezer plantsoen bekoor mij. Dichter plegen
hunne liefd te bezingen. De oorsprong dezer volken is onbekent.
De verboden der overheid worden gehoorzaamd. Heb meelijden
met d kommer dier ongelukkig. De leven van groote man«
worden beschreven. De levens l'lutarchus worden vlijtig bestudeerd.
De sterkte Nederland hebben veel storm doorgestaan. De Razernij
vervolgden Oedipus. Welke vernuft en verstand werden in den
Muyderkring niet aangetroffen! De heelmeesters namen de ver-
band af en verklaarden de wond dezer krijgers voor levensge-
waarlijk. Elk vader moet de gang zijns zoons nagaan. Laat
u nog in voor- nog in tegenspoeden van den weg der deugd
afbrengen!
IV. Op on- volgt fraai weder. Dezen zomer hebben wij veel
onweder gehad. De mensch heeft maar ééne gezondheid, maar
staat bloot aan tallooze kwalen. De gedrag dezer losbollige kna-
pen , die de leering hunner ouders in den wind slaan en op school
geene kennissen willen opdoen, worden zelfs door hunne makker
en kennis gegispt; een ovder van hen is reeds van verdriet ge-
storven. 't Gezaag der timmerluis is een eentonig geluid. —
t Hauengeschrei was te Sybaris geweerd. — De rijkdommen dezes
mans zijn niet te bepalen; alleen de inkomst van zijne landerijen
in deze provincie bedragen een millioen. Dit is meer dan gij en
ik bezitten. — De lidmaat eens kerkgenootschap zijn als die des
menschelijken lichaams tot ccn geheel te samen vereenigt. — Het