Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
beginsels spreekt men van tusschenschotten, die
de hokken van elkander scheiden. Deze tusschenschotten
zyn echt, wanneer zij de onderdeelen van de vrachtbla-
den zijn, maar valsch als zij vliezige uitgroeisels zijn
van de pariëtale zaadlijsten, gelijk bij alle Crucifeeren
het geval is.
Hoogst opmerkelijk is het dat er planten bestaan, die
vlakke stampers hebben, waai' de zaadknoppen aan de
oppervlakte liggen. Zulke stampers zijn gelijk te stellen
met vruchtbladen, die niet zijn opgevouwen. De drie
plantenfamiliën die zulke open vruchtbladen bezitten,
zijn de Conifeeren (sparren,
dennen enz.), Gnetaceeën en
Cycadeeën. Te zamen wor-
den zij Gymnospermen
d. w. z. naaktzadige gewas-
sen genoemd. De vrucht-
blad-theorie, gelijk die
hier werd uiteengezet, is op
alle stampers toepasselijk be-
halve misschien op dien waar
de zaadlijst echt centraal is.
Gelijk reeds ter plaatse werd
meegedeeld, is deze zaadlijst
volgens de meeste plant-
kundigen niet het product van vruchtbladen maar wèl de
uitgegroeide bloembodem, dus een stengeldeel; anderen
meenen er de theorie op te mogen toepassen. Het is hier
de plaats om te zeggen dat de samenstellende deelen
(vruchtbladen) van een stamper soms volkomen geschei-
den zijn en zich dan als bladen vertoonen. Dit gebeurt o. a.
bij prohfereerende bloemen; men verstaat daaronder bloe-
Fig. 86.