Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
72-
De hloem.
welken der bloem in vrucht overgaat. Het is de zetel
van de zaadknoppen (e) d. i. de toekomstige zaden
der plant, die op een dubbele ry aan een of meer
zaadlijsten door middel van korte steeltjes —
navelstrengen — zijn vastgehecht. Naar de plaats
die het ten opzichte der andere bloemdeelen inneemt,
spreekt men van boven-, middel- en onderstan-
dig vruchtbeginsel (vgl. p. 54).
Bij de beschrijving van het vruchtbeginsel is men
gewoon de plaatsing der zaadknoppen of wat hetzelfde
is, de ligging der zaadlijsten, door bepaalde termen uit
te drukken. Deze zijn :
a). De wandstandige (pariëtale of peripherische)
zaadlijst (fig. 84 H en IV). De eenige zaad lijst waarvan
er in een vruchtbeginsel één of meer kunnen voorkomen.
h) De asstandige (axiele) zaadlijst (fig. 84 1). Deze
is in de as van het vruchtbeginsel gelegen en door
twee of meer tusschenschotten met den wand verbonden.
Vallen bij den verderen groei van het vruchtbeginsel
Fig. 84.
de tusschenschotten weg, dan staat de zaadlijst vrij,
men noemt haar dan valsch-centraal.
c) De centrale zaadlijst (fig. 84 III). De zaad-
knoppen zijn verbonden aan een zuil die van den aan-
vang af vrij in het midden van het vruchtbeginsel staat.
Deze zuil wordt meestal beschouwd als een verder uit-
gegroeide bloembodem, ofschoon er ook gronden zijn