Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-68
De bloem.
hecht, of juister uitgedrukt, worden bloemkroon en
meeldraden door een buisvormig stuk omhoog geheven.
Een boterbloem is bodemstandig, men kan hier de
4 kransen één voor één wegnemen; bij een Pruime-
bloem en die der Aardbezie daarentegen zal een bloem-
blad en een of meer meeldraden meegaan, als men een
stuk van den zoogenaamden kelk (eig. bloembodem +
kelk) afscheurt; een Haagwinde, een Doovenetel en een
Aardappelbloem zijn kroonstandig; verwijdert men hier
de bloemkroon, dan gaan al de meeldraden mee.
Een meeldraad bestaat uit twee deelen, den helm-
draad en den helm knop, die zelf weer uit twee
h e 1 m h O k j e s en een helmbindsel bestaat
(p. 53).
a. De helmdraad. Deze {f Figg. 51, 53, 78, 79) is in
den regel draadvormig, naar boven min of meer fijn toe-
loopend. Gewoonlijk is hij licht van kleur, wit of geel, zeld-
zaam donker (b.v. zwartblauw bij de Tulp). Hij is glad
of behaard (fig. 79 IV.) Soms is de helmdraad geheel
of gedeeltelijk bladachtig verbreed (fig. 79 III). Ook