Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
Fig. 74.
Fig. 75.
ongelijke deelen : bovenlip (o) en onderlip (?;). De boven-
lip is meestal gewelfd en de onderlip horizontaal uit-
staande. Men noemt deze soort van bloemkroon grijn-
zend, als de lippen van elkaar verwijderd zijn en de
toegang tot de buis dus open is (fig. 73), maar gemas-
kerd wordt zij genoemd, wanneer de onderlip naar boven
gewelfd en tegen de andere lip is aangedrukt (fig. 74).
3) De vlindervormige (fig. 75) heeft vijf vrije bloem-
bladen, waarvan de beide onderste dikwijls min of meer
vast samenhangen. Het bovenste blad (a I, H) heet
„vlag", de beide zijdelingsche „vleugels" (6, I, Hl) en
de onderste samen „kiel" (c I, IV, V). De kiel sluit de
meeldraden en den stamper in (V). Ook de kelk der
Vlinderbloem is gewoonlijk symmetrisch.
Lintvormige kronen komen voor bij het Madeliefje,
de Paardebloem, de Zonnebloem, tweelippige bij de
Doovenetel, de Salie, het Leeuwenbekje, den Vlasleeu-
wenbek, Vlindervormige bij den Goudenregen, Erwten,
Boonen, Acacia's, Lupinen, Klaver.
Is geen der genoemde vormen op een bepaalde bloem-