Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
55-
dig en de bloembekleedselen onderstandig fig. 55 f).
Tusschen beide staat nog een derde geval, waarin men
het vruchtbeginsel half-ond erstand ig en de bloembe-
kleedselen rondomstandig noemt (fig. 56 f).
Fig. 5i.
Fig. .56.
Fig. 55.
Om zich dit onderscheid recht duidelijk te maken,
onderzoeke men verschillende bloemen, zooals een Fuch-
sia, een Appel- en Perebloesem, een boterbloem, het
bloempje van de Moederplant, een Jasmijn enz. Alsdan
zal het tevens duidelijk worden, dat de verschillen tus-
schen boven-, onder- en half-onderstandig vruchtbeginsel
eenvoudig het gevolg zijn van de bijzondere gedaante
des bloembodems.
Ten slotte merken we op, dat de verschillende blader-
kransen, die wij thans kortelijk hebben nagegaan alle
hierin overeenkomen, dat de deelen van één krans vrij
of vergroeid kunnen zijn. Wat dat vergroeid zijn zeggen
wil, en met welke termen men het bij verschillende
kransen aanduidt, zal weldra blijken.
1. De bloembekleedselen.
In de betrekkelijke grootte der bloembekleedselen
doet zich veel verschil voor. Bij den Iep, den Eik.