Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Ranken en doornen.
vasthechten ')• Andere stengelranken slingeren zich
evenals de bladranken, om voorwerpen heen, b.v. die
van den gewonen Wijn-
gaard en die der Pas-
siebloemen.
Doornen zijn harde
houtige spits toeloo-
pende deelen, wier ver-
richting het is de plant
tegen den aanval van
allerlei dieren, zoo b.v.
weidend vee te bescher-
men. Ze zijn dus verde-
digingswerktuigen. Ook
zij kunnen onderschei-
den worden in twee
groepen.
1. Bladdoornen. Hieronder kan men brengen de
spits toeloopende zijnerven van het Hulstblad, verder
de doornen van de Berberis, waar som-
mige bladeren normaal zijn uitgegroeid,
maar andere al het bladmoes missen en
alleen bestaan uit een drietal hard ge-
worden en spits eindigende nerven, uit
welker oksel een bladrozetje dikwijls met
een bloemtros te voorschyn komt. Bij
andere planten zooals de Kruisbes (fig. 49)
zijn het de steunblaadjes (w), die tot blad-
doornen zijn uitgegroeid. Ditzelfde doet zich bij onze
Acacia (Robinia Pseudacacia) voor.
') Buitengewoon fraai, vooral in den winter, vertoonen zich deze hecht-
schijijes bij een verwante soort, t. w. Ampelopsis Vtitchii-, de gewone wilde
W. heet A. hederacca.
Fig. 48.
Fig. 49.