Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■36
I)e stengel.
van dalen, Salomonszegel, Lischbloem) moet men goed
opletten, hoe de vrortelstok gedurende den zomer verder
groeit, vs'at men gemakkelijk kan doen, door af en toe
dezelfde plantensoort op te graven; het Salomonszegel
onzer duinen leent zich hiertoe bijzonder goed. Ook
trachte men ||uit te vinden, of de bloemstengel uit
den eindknop zeiven te voorschijn komt, of uit een
der zijknoppen.
h) De knol. Deze
soort van stengel on-
derscheidt zich van
den zooeven beschre-
venen door de zeer
gedrongen gedaante
en door den beperk-
ten levensduur. Een
aardappel levert een
goed voorbeeld, even-
eens een Crocusknol
en die van Gladiolus
(fig. 38). In al deze
gevallen is de stengel
(het meest opgevulde deel) bedekt met schubbige bla-
deren, die bij Gladiolus en Crocus vezelig zijn en den
geheelen knol insluiten (gerokte knollen); bij den Aard-
appel zijn ze uiterst klein en vergankelijk (naakte knol-
len) en zitten bij de indruksels of „oogen" ingehecht.
Ook zijn knoppen aanwezig, die bij Gladiolus {ij en z)
duidelijk genoeg opvallen, maar bij den Aardappel geheel
in de diepte zijn weggedoken en alleen maar in het oog
vallen, wanneer de aardappels in het voorjaar uitloopen.
Het behoeft nauwelijks gezegd te worden dat de knoopen
Fig. 38.