Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
■32
I)e stengel.
■een kroon draagt, terwijl bij heesters de takken reeds
■bij den grond beginnen. Onvertakte stengels komen zeer
• dikwyls bij Palmen en andere Eenzaadlobbige gewassen
•voor (fig. 36).
Tusschen houtige en kruid-
achtige stengels bestaan al-
lerlei overgangen. Zoo noemt
men halfheester een plant,
welker stengel van onder
houtig is, maar die kruid-
achtige takken en twijgen
draagt. Deze nu vallen in
het najaar af, maar worden
in de volgende lente door
nieuwe vervangen.
De hoogte van den sten-
gel, zijn omvang en massa
loopen bij verschillende plan-
ten zeer uiteen. Bij de kruid-
achtige planten is de stengel
gewoonlijk dun en lang;
alleen de tropische Bananen
of Pisangs zijn kruiden die
in hoogte met onze boomen
kunnen wedijveren.
De stammen onzer boomen
nemen bij toemenden leeftijd in dikte toe. Telken jare
wordt door de teeltlaag of het cambium "i) rondom het
bestaande hout een nieuwe houtlaag afgezet, die duidelijk
tegen de voorafgaande afsteekt. De schil die het hout
Fig.
') Deze laag is iu liet voorjaar het duidelijkst te herkennen, zij is dan
siyraorig en maakt dat de schil gemakkelijk van het hout loslaat.