Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad. 24'
1
2 + 1__Hieruit verkrijgt men:
^ V2, V3, 'V55,
1 + 1
1 1
1 + 1
1 + 1
1 + enz.
Ook de breuken Vs- V4. ^As en
V4, V5, ®A4, alsmede nog
eenige andere worden hier en daar in het plantenrijk
aangetroffen.
De bladstand 1/2 heet ook wel afwisselend; men
vindt hem bij Gras-achtige planten, de Aloë, Agapanthus
en bij Gladiolus, de Linde en den Iep. Aan de takken
van Berken en Elzen vertoont zich de stand Va, terwijl
bij den Kerseboom, den Eik en de Populieren de bla-
deren % en die van Vlas, den Hulst, Radijs en Weeg-
bree % van een cirkelomtrek van elkander verwijderd
zijn. Moeielijker te ontcijferen bladstanden met groote
getallen (®/,3, 7i2> '%4) bieden de schubben van Spar-
appels aan. Laatstgenoemde deelen gelijken zeker al
heel weinig op bladeren en toch verdienen zij dien
naam volkomen. Herinnert men zich, dat de eigenaardig-
heid van het blad volstrekt niet gelegen is in zijn kleur
of vorm, maar wel in zijne aanhechting aan den stengel
en de regelmaat, waarin deze plaats vindt, dan kan men
tevens begrijpen, dat een tal van deelen (0. a. kelk- en
bloembladen), waarvan men eerst niet vermoedde dat
ze met bladeren iets te maken hebben, inderdaad bla-
deren zijn, aangezien zij de hoofdkenmerken dezer deelen
vertoonen. Het is om die redenen, dat wij de bladeren,