Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
r-ri- - ---.,- , , litaBll
18 Het blad.
brengt, verschillen dikwijls in het oog loopend van de
later gevormde.
Verder is het zeer de moeite waard acht te geven
op de kleuren der bladeren; zijn ze wit, 't zij aan
ééne zijde of zoowel boven als onder, dan is dit toe te
schrijven aan een min of meer dichte haarbekleeding;
is de kleur daarentegen rood of roodbruin, dan is het
een sap dat de opperhuid of ook dieper gelegen lagen
kleurt. Dat vocht verwijdert men door het blad in
kokend water te dooden, het wordt dan geheel groen
en verschilt dan niet meer van andere loofbladeren. Is
het groen van een blad plaatselijk afwezig of door geel
vervangen, dan spreekt men van wit- en geel-bonte
bladeren. Ofschoon zij in de vrije natuur niet ontbreken,
zijn zij het gemakkelijkst bij cultuurplanten te vinden,
zooals Iepen, Aucuba's, Eschdoorns enz. Begonia's en
Tradescantia's vertoonen dikwijls zilverglanzende strepen
en plekken; deze worden veroorzaakt door ruimten
binnen in het blad, meestal vlak onder de opperhuid
gelegen. Deze ruimten zyn met lucht gevuld en weer-
spiegelen daardoor het invallende licht. Plaatst men
zulke bladeren onder den ontvanger van een luchtpomp,
dan zal bij het verwijderen der lucht de fraaie weer-
schijn verdwijnen.
Voordat wij van de blad.schijf afstappen, is het noodig
even te wijzen op het verschil tusschen samengestelde
bladeren en bebladerde takken, die soms lichtelijk wor-
den verward. AVanneer men eens goed een bebladerden
tak aanziet, en opmerkt hoe deze eindigt en wat er in
de oksels der bladeren te vinden is, wanneer men verder
overweegt wat er van afvallen zal in het najaar, dan zal
deze verwisseling onmogelijk meer kunnen voorkomen.