Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad. 17'
Terwijl men gemakkelijk voorbeelden van de meeste
der opgenoemde top- en voetvormen kan vinden, wordt
hier de bijzondere aandacht gevestigd op den uitge-
schulpten top der bladeren van den Tulpeboom, den
afloopenden voet van den Smeerwortel (Symphytum
officinale), waardoor de stengel gevleugeld wordt, den
stengelomvattenden voet van de bladeren van den Melk-
distel, den doorgroeiden voet bij Bupleurum (Doorwas),
den ongelijken voet bij Begonia en de saamgegroeide
bladeren bij de Kamperfoelie (juist onder de bloemen);
ook bij de wilde Kaardendistel en Eucalyptus.
Dus alleen, wanneer de vorm van top of voet niet
uit de beschrijving der bladschijf zelve blijkt, vinden
genoemde uitdrukkingen toepassing. Een hartvormig
blad b.v. is door den term hartvormig reeds voldoende
gekenmerkt, maar bij gekweekte zuring is een nadere
aanduiding betreffende den voet noodig.
Bij het verzamelen van bladeren moet men niet nala-
ten op de standplaats der planten te letten. Men zal dan
zien dat op het water drijvende bladeren gewoonlijk
rond en gaaf zijn, dat ondergedompelde daarentegen
herhaaldelijk zijn ingesneden, zoodat zij uit louter fijne
draadvormige deeltjes schijnen te bestaan, dat bladeren
die tusschen het gras groeien meestal een gerekte ge-
daante vertoonen enz. Uit dit zelfde oogpunt verdienen
ook de bladeren van tropische planten de aandacht.
Hun leerachtig samenstel met het stevige aderstelsel,
hun veelal glinsterend oppervlak en gespitste top maken
hen niet alleen in hooge mate weerstandbiedend tegen-
over de felle zonnestralen maar ook tegenover de ge-
weldige stortregens die in vele streken hen dagelijks
treffen. Ook de eerste bladeren, die een plant voort-
2