Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het blad.
13'
een geveerd blad wordt voorgesteld, dan zien wij als
onderdeelen aangewezen: P. den algemeenen bladsteel
(a), 2». de blaadjes (6), die 2 aan 2 tegenover elkaar
staan. Men noemt die paren ook wel jukken. Men
kan nu het blad beschrijven als 4-jukkig oneven ge-
veerd. Men zou het 4-jukkig even geveerd noemen,
als de algenieene bladsteel in plaats van in één, in twee
blaadjes eindigde. Staan de blaadjes van een juk niet
juist tegenover elkaar, dan voegt men het woord
Fig. 22. Fig. 23.
afwisselend tusschen de andere termen. Aan den
Noteboom b.v. laten zich meermalen nevens tegen-
overgesteld geveerde bladeren schoone voorbeelden
van afwisselend geveerde aanwijzen. Het aantal jukken
is zeer verschillend, het kan tot twee ja zelfs tot één
dalen. Een klaverblad b.v. is twee-jukkig oneven ge-
veerd ; men noemt het evenwel driebladig geveerd; het
blad van de Citroenplant, de Pompelmoes, de Oranje