Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
300
Phanerogamen.
huizige bloemen bestaan slechts uit de geslachtswerktui-
gen, zij vormen een kegel op het einde van den stam.
De vrucht is soms bes-achtig, dikwijls helderrood gekleurd.
De Cycadeeën zijn tropische planten en vooral in
Z. Amerika, maar ook in Oost-Indië, Australië en Z.
Afrika inheemsch. De voornaamste geslachten zijn Cycas,
Diöon, Ceratozamia en Encephalartos (p. 33). Cycas
circinalis wordt algemeen in broeikassen gekweekt.
2« Klasse. Conifeeren.
Boomen of struiken met enkelvoudige, zelden ge-
veerde schub- of naaldvormige bladen (fig. 199). De
vrouwelijke bloemen staan
meestal in kegels, de vrucht
is zelden bes-achtig. We on-
derscheiden drie familiën:
1® familie: Taxisachtige
(Taxineeën). Bladeren afwis-
selend, dikwijls in twee rijen,
vrouwelijke bloemen, geen
kegel vormend, voorzien van
één enkelen zaadknop. In onze
tuinen vindt men dikwijls de.
besdragende Taxis (Taxus
baccata).
2® familie: Cypressen
(Cypressineeën). Bladeren over-
staande of kransvormig ge-
plaatst, vrouwelijke bloemen
een korten, dikwijls bes-achti-
gen kegel vormend. Inheemsch
is de jeneverbessenboom (Ju-
Fip. 199.