Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
296 Phanerogamen.
welke uit de spore te voorschijn komt, zij brengt anthe-
ridiën en archegoniën voort en in laatstgenoemde de
eicel, waaruit na voorafgaande bevruchting de geslachts-
looze generatie ontstaat.
De geslachtslooze of sporendragende
generatie is bij de Mossen de zoogenaamde vrucht of
het sporogonium, maar bij de Vaatcryptogamen de in
wortel, stengel en bladeren gedifferentieerde plant. Bij
laatstgenoemde ontstaan de sporen in eigenaardige
organen, sporangiën, die door het uitgroeien eener
opperhuidscel ontstaan en dus tot de haren terug te
brengen zijn, slechts bij de hoogst ontwikkelde kunnen
zij met bladaanhangsels worden vergeleken.
De sporen der Vaatcryptogamen zijn bij de minst
ontwikkelde leden dier afdeeling van één soort, daaruit
ontstaan prothalliën, die zoowel antheridiën als arche-
goniën voortbrengen. Bij de hoogere vertegenwoordigers
(Equiseten) is ook wel één sporesoort voorhanden,
maar er komen toch twee soorten van prothalliën uit
te voorschijn, mannelijke met antheridiën, vrouwelijke
met archegoniën. Bij de hoogste sporeplanten eindelijk
worden twee verschillende sporesoorten ontwikkeld,
microsporen en macrosporen. Deze beide soorten ont-
staan öf in hetzelfde sporangium, of de plant draagt
microsporangiën en macrosporangiën. De microspore
ontkiemt tot een mannelijk, de macrospore tot een vrou-
welijk prothallium, bij de Rhizocarpeeën en Lycopodium
treedt dit buiten de macrospore, bij Selaginella komen
alleen de archegoniën er uit te voorschijn. Bij laatst-
genoemde plant vindt de vorming van het prothallium
reeds dan in de macrospore plaats, wanneer zij nog aan
de moederplant bevestigd.