Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Cryptogcmien.
291
planten met een weeken of' krachtigen, telkens gafïelig
vertakten stengel en kleine naald- of schubvormige,
zelden vlak uitgestrekte bladeren (fig. 193). Bij de
Lycopodium's zijn de bladen alle van denzelfden om-
vang en grootte, bij de Selaginella's (fig. 194, in de
wandeling Mosplantjes genoemd) onderscheidt men twee
rijen kleine blaadjes (n) en twee rijen veel grootere (b).
193. Fig. 194.
Laatstgenoemde ontspringen aan de van het licht af-
gekeerde zijde van den stengel, de kleine daarentegen
aan den lichtkant. Op het eind van den stengel zijn
de bladeren van eenigszins gewijzigden vorm. In den
oksel van zulk een gewijzigd blad vindt men een nier-
vormig lichaampje: een sporangium. Nu is bij het ge-
slacht Lycopodium maar één soort sporangium en één