Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
286
Cryi)togamen.
2® Klasse. Watervarens {Rhizocarpeeën).
De Watervarens onderscheiden zich in hoofdzaak
van de Filicineeën door het voortbrengen van twee
soorten van sporen, macrosporen en microsporen (groote
en kleine sporen). Zij zijn dus heterospoor. De ma
crosporen doen een vrouwelijk prothallium met arche-
goniën, de microsporen een mannelijk met antheridiën
ontstaan. De sporangiën ontspringen schijnbaar uit de
wortels (van daar de naam der planten), in werkelijk-
heid ontspringen zij uit
den voet der bladeren
of uit den wortelstok,
die de bladeren draagt.
Zij zijn van tweeërlei
/ soort, die van de eene
soort bevat slechts mi-
crosporen, die van de
andere alleen macrospo-
ren; deze sporangiën be-
vinden zich of te zamen
in een doosvormig hul-
sel, het sporocarpium
(flg. 190 f) of de macro-
sporangiën zijn geschei-
den en in twee verschil-
lende soorten van sporo-
carpiën verborgen. — De jonge bladen zijn spiraal-
vormig opgerold of slechts gevouwen. — Over het
uiterlijk der voornaamste hiertoe behoorende planten ge-
ven flg. 190 en 191 opheldering. Beide vertoonen wor-
telstokken en langgesteelde bladeren. De inhoud der

Fig. 190.