Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Cryptogcmien.
281
bij de ver&chillende klassen de geslachtsgeneraties van
elkaar onderscheiden zijn, hoe sterk daarentegen de
sporegeneraties verschillen.
1® klasse. Varens {Filicineeën).
De Varens brengen vlakke of halfbolronde prothal-
liën voort, waarop antheridiën en archegoniën nevens
elkaar voorkomen. De sporen-dragende generatie be-
staat uit een flink uitgegroeiden of omgekeerd uit een
zeer weinig ontwikkelden stam, dikwijls een wortelstok,,
die enkelvoudig is of een weinig vertakt, waaraan een
gering aantal of ook wel vele geveerde bladen (vanen)
gehecht zijn. Aan de onderzijde der bladen vindt men
de sporen, in eigenaardige huisjes opgesloten, die men
sporangiën (enk. sporangium) noemt. Naar hun-
nen oorsprong zijn sporangiën haarvormingen. Zij ont-
staan in groepjes op de deelen van een blad (/^ I, fig.
186); een verzameling van dicht bij elkaar staande
sporangiën noemt men een vruchthoopje ofsorus