Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
280
Cryi)togamen.
spermatozoïden naar buiten treden. Het eigenlijke sper-
matozoïd ligt spiraalvormig in de cel opgerold (s), weldra
begint het in zijn eigen verblijfplaats te draaien, om
plotseling uit het omhullende vlies te voorschijn te
barsten en zich in een eigenaardige windende of borende
beweging te verwijderen. Opmerkelijk is het dat het naar
het archegonium wordt toegetrokken (vgl. p. 271 noot).
Het archegonium is op gelijk-
soortige wijze ingericht als dat der
Bryophyten, het bestaat eveneens uit
een hals {li, flg. 185) en een buik.
In den buik komt weer de eicel voor,
. waarmee de spermatozoïden samen-
smelten. Na de bevruchting en de
daaropvolgende bekleeding door een
wand verdeelt de eicel zich in 4
deelen of quadranten. Het eerste qua-
drant is het allereerste begin van den wortel, het
tweede van den stengel top, het derde van het eerste
blad, het vierde van den voet. De voet is een tamelijk
dik celhoopje, dat het zich ontwikkelende plantje met
het prothallium in gemeenschap houdt, hij dient als
overbrenger van voedsel, zoolang de plant zich zelve
nog niet kan onderhouden.
De plant, die wij in het dagelijksch leven Varen,
Paardestaart enz. noemen, ontstaat dus door het uit-
groeien van de eicel van het archegonium, nadat het
proces der bevruchting heeft plaats gevonden. De eigen-
lijke plant is de spore-generatie (geslachtslooze generatie),
terwijl het prothallium de geslachtsgeneratie is.
De eigenlijke plant is dus vergelijkbaar met het spo-
rogonium der Mossen. Wij zullen nu zien, hoe weinig