Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Cryptogcmien. 271
gonium (9). Een antheridium is in den regel een klein
orgaantje met een dunnen wand en een zeer beweeglij-
ken inhoud, die bij rijpheid het inwendige verlaat in den
vorm van zeer kleine lichaampjes — spermatozoïden
— die in het water rondzwermen. Een archegonium
bestaat uit hals en buik. De buik bevat de eicel,
die bij bevruchting in de nieuwe plant overgaat, de hals
een zeker vocht''), dat bij rijpheid van het archegonium
zich met het omgevende water gaat vermengen en de
spermatozoïden tot zich trekt.
II® Afdeeling: Bryophyten of Mosachtige planten.
De Mossen vormen den overgang van de Cel- of
Thallus-planten tot de Vaatplanten in het algemeen.
Haar stengel bezit een centrale, zeer onontwikkelde
streng, die wel veel op een vaatbundel gelijkt, maar
waarin toch geen eigenlijke vaten voorkomen. Bij de
meeste Mossen is de tegenstelling van stengel en bla-
deren duidelijk, bij de minst ontwikkelde Mossen alleen
is het lichaam loof- of thallusachtig. De voortplanting
geschiedt langs geslachtsloozen of geslachtlijken weg.
De geslachtslooze vermeerdering geschiedt door broed-
knoppen (p. 275). De geslachtlijke voortplanting is op-
gedragen aan antheridiën en archegoniën,
organen die wat hun afkomst betreft niet met bla-
deren maar met haren te vergelijken zijn, wijl zij uit
opperhuidscellen ontstaan. De antheridiën zijn gewoonlijk
') Onlangs is met groote waarschüniyiiheid geblelcen dat de boven bedoelde
aantreliking door een zuur of door rietsuiker wordt uitgeoefend. Bij Mossen
is het rietsuiker, by Varens appelzuur. Zeer fijne buisjes met deze stoffen
gevuld, trekken spermatozoïden, die in water zwermen, met groote kracht
aan, maar elk vocht slechts een bepaalde soort.