Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Cryptogcmien. 269
stuk is voornamelijk om de verwantschap tusschen Cryp-
togamen en Phanerogamen aan te wijzen, een verwant-
schap die, gelijk blijken zal, vooral door den bouw der
geslachtswerktuigen (wier maaksel door het microscoop
ontsluierd is) verkondigd wordt. Toch moeten wij ons
tot het voornaamste en het zekerst bekende beperken.
Zoo zullen wij van de drie afdeelingen, waarin de Cryp-
togamen vervallen, de eerste, t. w. de Thallophyten, met
stilzwijgen voorbijgaan. Wij zeiden er iets van in het
vorige hoofdstuk (p. 258 —p. 263) en vermelden hier dat
alle gewassen, die Wieren, Schimmels (Paddestoelen) en
Lichenen of Korstmossen genoemd worden, er toe be-
hooren. Bij geen dezer planten is een ontwikkeling (diffe-
rentieering) van het lichaam in de vier deelen (wortel,
stengel, bladeren en haren) tot stand gekomen. Vandaar
dat men voor het deel, waaruit het geheel bestaat, den
naam „loof" bezigt en de planten zelf Loofplanten of
Thallophyten noemt. Ofschoon nu verwantschappen met
de beide andere klassen zonder eenigen twijfel bestaan
en zijn aan te wijzen, is de aansluiting toch niet van
dien aard, dat die zich zoo gemakkelijk laat overzien.
Wij bepalen ons daarom tot de afdeelingen II en III,
die, hoewel zeer verschillend, toch zooveel in de wijze
van voortplanting overeenstemmen, dat zij onmiddellijk
als verwanten in het oog vallen. Als voorbeeld van II
een Mosplant nemende, bemerken wij door de splitsing
van het lichaam in stengel en bladeren al dadelijk een
hoogere ontwikkeling. Eigenlijke wortels zijn er echter
niet, maar het zijn haren (haarwortels), die de verrichting
er van op zich nemen. Als voorbeelden van III nemen
wij een Varen; aan deze plant zijn stengel, bladeren,
wortels en haren alle duidelijk te onderscheiden, zij staat