Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
266 Opneming van organisch voedsel.
minuten een sterke kromming veroorzaakt en na een
half uur reeds op het midden der bladschijf is aange-
komen. Afkooksels van erwten, koolbladen en vleesch,
waarin de bladeren worden gedompeld, brengen een
sterke inbuiging der tentakels te weeg, evenals am-
moniumphosphaat (fig. 180), ammoniumnitraat en ver-
scheidene andere ammoniakzouten.
Wanneer een stukje eiwit, vleesch, kraakbeen of een
insectje eenigen tijd met de tentakels in aanraking is
geweest, heeft er met die voedingsstoffen een veran-
dering plaats gegrepen, die öf gelijk of overeenkomstig
is met de spijsvertering, zooals die bij de dieren ge-
schiedt. Zoodra de klier door een of andere voedings-
stof geprikkeld is, verandert de droppel van chemisch
karakter; zij gaat zuur reageeren. Bovendien vermeer-
dert de hoeveelheid vocht en er is dan een stof aan-
wezig, die met pepsine de grootste overeenkomst heeft.
Stukjes eiwit toch worden met groote regelmatigheid
opgelost van buiten naar binnen zonder een spoor van
rotting. Voegt men kleine hoeveelheden van een basis
aan de werkende klier toe, dan houdt het proces oogen-
blikkelijk op, om weer voort te gaan, als het alkali
door het een of ander zuur geneutraliseerd is. Van een
stukje been wordt het calciumphosphaat opgelost door
het zuur, en daarna pas het organische (N-houdende)
bestanddeel aangetast. En aangezien wij weten, dat
■eiwitstoffen alleen maar opgelost worden door een zeker
ferment met medewerking van een zuur, ligt het voor
de hand hier de aanwezigheid van een pepsine-achtige
stof, een zoogenaamd peptoniseerend enzym (vgl. p. 228),
aan te nemen. Men wordt hiertoe te eerder gebracht,
omdat ook in de maag de afscheiding van zuur en