Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
263 Opneming van organisch voedsel.
niet kan plaats grijpen. — Een soort van gistzwam,
de kaamschimmel (Saccliaromyces Mycoderma, fig. 178,
V), is geen eigenlijke gistzwam, aangezien door haar
geen alcohol ontstaat. Men vindt haar aan de oppervlakte
van verschaalden wijn en bier, welker alcohol zij onder
opneming van O in azijnzuur omzet. Laatstgenoemd
organisme wordt dan ook wel tot de bacteriën gerekend,
men noemt het dan liever Bacterium aceti.
Een hoogst opmerkelijke samenstelling van bacteriën
en gistzwammen vindt men in de zoogenaamde kefir-
korrels, die men in den laatsten tijd in W. Europa dik-
wijls aanwendt om van melk een mousseerenden en
licht verteerbaren drank te maken. De volksstammen
in den Kaukasus passen dit middel reeds sinds onheu-
gelijke tijden toe.
Insecten-etende planten.
Behalve parasieten en saprophyten kent men planten,
die in staat zijn dezelfde processen te veroorzaken,
die in onze maag plaats grijpen. Zij vangen daartoe
Insecten, scheiden de noodige stoffen ter vertering af
en slorpen het bruikbare op, zoodra dit in opgelosten
toestand is overgegaan. Ofschoon de hier bedoelde
planten ook zonder dit voedsel kunnen blijven bestaan,
verdient het opmerking dat zij door voeding met or-
ganische stoffen veel weliger groeien en fructificeeren,
en verder dat de organen, die in het nauwste verband
staan tot de gewone voedingswijze, de wortels en bij
sommige ook het chlorophyl, een geringe ontwikkeling
vertoonen. Eindelijk leven zij dikwijls op de onvrucht-
baarste plaatsen, waar geen andere planten dan Mossen