Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vorming der voedingsstoffen. 254^
gesloten buizen, wier inhoud uit een vloeistof bestaat
en wier wand door een dunne cellulose-wand gevormd
wordt, tegen welks binnenzijde eene dunne laag proto-
plasma is gelegen. Elk wortelhaar laat zich vergelijken
met het binnenste gedeelte van een osmose-toestel, waarin
men b.v. een oplossing van een of ander zout heeft
gebracht. Evenals dit trekt een wortelhaar met groote
kracht water naar binnen. Omgekeerd gaat er uit het
wortelhaar uiterst weinig naar buiten krachtens een bij-
zondere eigenschap van het protoplasma, dat nagenoeg
ondoordringbaar is voor suiker, zuren en andere stoffen
die de cel opvullen. Hun gezamenlijke arbeid voert
tot de verbazende hoeveelheden water, die door een
wortelstelsel kunnen worden opgestuwd. Met nadruk
zij hier evenwel bijgevoegd dat ofschoon de osmose in
de wortelharen de hoofdrol vervult, het verdere vervoer
van het opgenomen water in hoofdzaak is opgedragen
aan het protoplasma der cellen en jonge vaten. Het
protoplasma toch is in een voortdurende strooming
(circulatie) en brengt op die wijze het vocht van den naar
buiten gekeerden wand naar dien van de overzijde, van
waar het in een meer centraal gelegen cel over-
gaat, enz.
Om aan te toonen dat de wortels toch iéts aan de
omgeving afstaan, kan men de volgende proef doen.
Men laat eenige zaden (Klaver, Erwten enz.) kie-
men op een dun zand- of zaagsellaagje, dat gedragen
wordt door een volkomen glad gepolijst plaatje marmer.
Wascht men na verloop van enkele weken plantjes en
bodem weg, dan ziet men op het marmer duidelijke
indruksels van de wortels, die er langs gegroeid zijn
en door hun naar buiten tredend zuur een deel van