Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vorming der voedingsstoffen. 248^
invloed van het licht zich wijd openen maar in duister
zich weer sluiten i). Ofschoon nu het microscoop ons
het gemakkelijkst overtuigt van de juistheid van het
het zooeven gezegde, kunnen wij het ook zonder dit
hulpmiddel aanschouwelijk maken. Daartoe plaatsen wij
een blad onder water gedompeld, onder de klok van
een luchtpomp en laten thans de machine eenigen tijd
werken. Tal van luchtbellen ontwijken, duidelijk ziet
men ze aan de oppervlakte der bladschijf zich vormen
om zich vervolgens los te maken. Na eenigen tijd laat
men de lucht weer toe, het blad dat door luchtbellen
omhoog werd gehouden zinkt en vertoont, uit het water
te voorschijn gebracht, een geheel andere tint. Het is
doorzichtig geworden, de lucht die er vroeger in was,
is vervangen door water dat het licht in stede van
terug te kaatsen, gelijk lucht in fijn verdeelden toe-
stand doet, thans gemakkelijk doorlaat.
Om aan te toonen dat de ondervlakte van een blad
meer water afgeeft dan de bovenvlakte, bedient men
zich van filtreerpapier dat men te voren gedrenkt heeft
met kobalt-chloried (l"/o —5%). Is dit kobaltpapier vol-
komen droog, dan heeft het een donkerblauwe kleur,
wordt het daarentegen aan vochtige lucht blootgesteld,
dan verandert de kleur in rood. Men heeft dus niets
anders te doen dan twee stroken van het beschreven
papier tegen boven- en onderzijde van het blad aan te
drukken, 't zij door middel van een paar glasplaten, of
nog beter door plaatjes glimmer, die men door klemmen
') Bij zeer jonge bladen zyn de huidmondjes nog gesloten; de transspiratie
heeft daar door de geheele opperhuid piaats, wier buitenwand dan nog zeer
dun is. Later wordt deze dikker en door tallooze wasdeeltjes minder door-
dringbaar, ofschoon niet geheel ondoordringbaar.