Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vorming der voedingsstoffen. 235^
de plant? Over H en O behoeven wij niet lang te spre-
ken, want de groote hoeveelheden water, die voortdurend
door het plantenlichaam stroonien (zie later) nemen alle
bedenkingen omtrent dit punt weg, maar het element
C, hoe komt de plant daaraan ? Proeven hebben geleerd
dat de eenige bron van C het koolzuur (C O.2) van den
dampkring is. Plaatst men de plant in een dampkring,
die volkomen vrij is van CO2, en waaruit men het
koolzuur, dat door de ademhaling (zie p. 225) ontstaat,
verwijdert, dan worden geen zetmeelkorrels gevormd.
Zelfs het koolzuur dat in groote hoeveelheden in den
bodem aanwezig is, vermag niet als bron van koolstof
voor de plant dienst te doen. Alleen als het uit den
grond opstijgt, kan het door de bladen worden opge-
slorpt. Omgekeerd verkrijgt men buitengewone hoeveel-
heden zetmeel in de bladeren, wanneer men het COg-
gehalte van de lucht, die de bladeren omgeeft, kunstmatig
verhoogt. Het onderzoek heeft geleerd, dat men daarbij
tot 6 a 8 "/o kan gaan, zonder de ademhaling der plant
te veel te belemmeren. In de omstandigheden waaronder
de plant in de vrije natuur verkeert, is het koolzuur-
gehalte uiterst gering; het bedraagt slechts 0.04%, of
m. a. w., in 1000 liters lucht komen slechts 4 liters
koolstof-dioxyde voor. Toch vertegenwoordigt dit vol-
gens een berekening van den scheikundige von Liebig
een hoeveelheid koolstof van 28 billioen pond in den
geheelen damkring. A^olgens nieuwe schattingen zelfs
950 billioen. Deze hoeveelheid wordt steeds vermeerderd
door de ademhaling van menschen, dieren en planten.
Voor de menschen bedraagt de hoeveelheid koolstof in
den vorm van koolzuur afgegeven, ongeveer 350 millioen
kilogram per dag.