Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
234
Forming der voedingsstoffen.
zonlicht) en laat men ze daar een 4- ä Stal m^en staan,
dan zal men tot andere uitkomsten geraken. Nadat
men de verschillende bewerkingen herhaald heeft, zal
men bespeuren dat de zaadlobben blauw zijn geworden,
of m. a. w. zetmeel bevatten. Hetzelfde resultaat zal
men met alle groene bladen, ja met alle groene deelen
eener plant verkrijgen, mits men ze slechts vooraf van
den invloed van het licht late genieten. Dat op die
wijze het verband tusschen de groene kleur der deelen
en het ontstaan van zetmeel duidelijk blijkt, behoeft
geen nader betoog, maar dat juist elk zetmeelkorreltje
binnen in een chlorophyl-lichaampje ontstaat, kon
alleen maar door directe microscopische waarneming
worden uitgemaakt i).
Zetmeel is een koolhydraat, en bevat dus drie ele-
menten, C, H en O, waarvan de beide laatstgenoemde
in dezelfde verhouding als in water tot elkander staan.
Om zetmeel te maken heeft de plant dus stoffen noodig,
waarin die drie elementen voorkomen. Hoe komen ze in
') Op nog eenvoudiger manier kan men den invloed van het licht op de
amylum-vorming aantoonen, door een blad van een tabaksplant of van een
andere plant met groote bladen gedeeltelik met een stof te bedekken, die
het licht niet doorlaat, b.v. bladtin. Men zal op een en hetzelfde blad blauwe
en kleurlooze deelen krygen, als men de zooeven beschreven behandeling
toepast. Nadrukkeiyke vermelding verdient nog het feit dat zetmeel, ofschoon
het eerste zichtbare assimilatie-product, toch niet het eerste resultaat van het
beschreven proces is. Er zü" vele feiten aan te halen die bewyzen dat het
zetmeel uit glucose ontstaat en dat dus laatstgenoemde stof in de chlorophyl-
korrels gevormd wordt. Terwyl nu een deel der ontstane glucose terstond
wordt afgevoerd^ wordt een ander deel tot zetmeel verdicht en bügevolgvoor
het oog zichtbaar. Er wordt dus geheel wat meer stof in de groene korrels
gevormd dan men uit de hoeveel zetmeel mag afleiden. Wanneer men dan ook
zegt dat de hoeveelheid gevormd zetmeel voor eiken M® per uur by gunstig
weder 1.0 gr. bedraagt, dient men in het oog te houden, dat een hoeveelheid
glucose niet tot zetmeel werd verdicht maar langs de bladnerven en den
bladsteel werd afgevoerd.