Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Vorming der voedingsstoffen. 233^
een eigenschap is van de geheele cel, maar slechts van
een deel van haren inhoud, t. v!. van zeer kleine, ge-
woonlijk lensvormige lichaampjes, die vrij onregelmatig
in hare ruimte verspreid zijn. Deze lichaampjes —
bladgroen- of chlorophylkorrels genoemd —
vormen, zoo zij aan het licht worden blootgesteld, ieder
in hun midden een of meer aanvankelijk nauw zichtbare
witte kerntjes, die allengs in omvang toenemen en dan
zonder veel moeite als zetmeelkorreltjes herkend worden.
Hiervoor is evenwel een microscoop noodig, alsmede
eenige vaardigheid in het maken van een geschikt pre-
paraat. Er bestaat ook een andere, eenvoudiger wijze
om zich van den invloed van het hcht te overtuigen.
Daartoe neemt men een potje met Tuinkersplanten, die
nog slechts hunne zaadlobben ontplooid hebben. Men
plaatst deze plantjes gedurende eenige uren in het duister
en onderzoekt nu eenige zaadlobben op de volgende
wijze; P. men doodt ze door ze gedurende eenige mi-
nuten in kokend water te dompelen; 2°. brengt ze over
in alcohol en laat ze er in totdat de groene kleurstof
is uitgetrokken; 3°. dompelt ze in een zwakke oplossing
van bijtende potas; 4°. bevochtigt ze thans met een
zeer verdunde oplossing van jodium in slappen alcohol.
De eerste bewerking heeft ten doel het indringen van
de later te gebruiken reagentiën te bevorderen, de in-
dompeling in kaliloog om mogelijk aanwezig zijnde zet-
meelkorrels nog meer dan door kokend water te doen
zwellen en zoo geschikter te maken voor het onderzoek
met de joodoplossing. Het onderzoek zal nu leeren dat
er geen amylum in de zaadlobben aanwezig is. Maar
zet men de planten, waarvan slechts eenige voor de
proef hadden gediend, nu aan het licht (liefst helder