Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
230:
Stofivisseling.
den die van Crocus, Hyacinth, Tulp, enz. in 't algemeen
rechtnervige bladen, meestal ongeveer even lang als die
in het licht, maar bladen, wier nerven een ander verloop
hebben en wier schijf betrekkelijk breeder is, blijven
in het donker zeer gebrekkig, ofschoon hun steel niet
zelden omgekeerd veel langer wordt. Men late niet na
zich van het genoemde nader te overtuigen door zaden
en takken van eenige andere planten in het donker te
plaatsen. In 't algemeen kan men zeggen, dat het licht
den lengtegroei van de verschillende plantendeelen be-
lemmert; slechts weinige uitzonderingen laat de gestelde
regel toe.
Een andere omstandigheid die van invloed is op de
groeisnelheid van de verschillende deelen der plant, is
de warmtegraad der omgeving. Ook daarvan overtuigt
men zich licht door in vertrekken van verschillenden
warmtegraad, potten met dezelfde soorten van zaden
neer te zetten en toe te zien op welke plaats de groei
het snelst verloopt. Men zou bij een quantitatief onder-
zoek dezer zaak bevinden, dat de snelheid waarmee
een zaad kiemt, of waarmee een stengel of wortel in
lengte toeneemt, met den warmtegraad der omgeving
toeneemt, maar tot op zekere hoogte, die voor ver-
schillende planten verschillend is. Boven die tempera-
tuur, die het optimum genoemd wordt, wordt de
groeisnelheid steeds geringer, totdat zij eindelijk = O
wordt. Tot ditzelfde mininmm daalt zij a!s de tempera-
tuur beneden het optimum zinkt. Deze beide tempera-
turen waarboven en waaronder de groei, ja ook het
leven ophoudt, heeten de maximum- en minimum-
temperaturen.
Wij deelen een paar voorbeelden mede om het zoo-