Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
224: Stofivisseling.
plant niet verder kan groeien. Een eenvoudig middel
om de plant het verzamelen van nieuw voedsel te be-
letten, bestaat in het onttrekken aan het licht. Zet men
een of meer zaden of een Crocusknol, een Tulpebol, een
Vliertak, een stukje Huislook enz. enz. in overigens
gunstige omstandigheden in het duister, dan vangt de
groei der onontwikkelde deelen aan — de kiemstengel
van de Erwt zal spoedig eenige centimeters lengte be-
reiken, de Crocus en de Tulp zullen gaan bloeien, terwijl
de Vliertak een óf meer der zijknoppen aanzienlijk zal
verlengen en het bladerrozetje van Sempervivum tot een
lang stengeltje met van elkaar verwijderde bladeren uit-
schiet. Maar de groei zal eenmaal ophouden en wel
te eerder naarmate de voedselvoorraad geringer is —
de Erwt en de Vliertak zullen het 't eerst opgeven
't laatst de knol- en de bolplant. Met een dier zou
het niet anders zijn — langen tijd kan dit soms teren
op het voedsel, dat in zijn lichaam verborgen zit, zoo
als b.v. een kikvorsch, dien men 's winters binnenshuis
gebracht heeft, weken lang kan blijven leven, alhoewel
het dier, geprikkeld door de voor hem abnormale om-
standigheden, zich dikwijls beweegt.
3. Evenals het dier, heeft de plant zuurstof noodig.
Bij de meer ontwikkelde dieren wordt dit onmisbare gas
in bepaalde deelen (longen, kieuwen) van het lichaam
opgenomen om van daar uit tegelijk met het bloed door
het lichaam te worden gevoerd. Bij de Insecten echter
komen luchtbuizen voor die tot in de fijnste deelen door-
dringen om daar ter vervanging van een hier ontbre-
kenden geregelden bloedsomloop de noodige gaswisseling
te bezorgen. Een dergelijke inrichting voor de adem-
haling komt voor bij de planten, nm. tal van communi-