Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Stofïoisselimj. 223
terwijl toevoeging van H2SÜ4 haar in den vorm van
droppels doet uittreden, terwijl inuline het best is aan
te wijzen door stukken der planten langen tijd in alcohol
te laten blijven en ze dan microskopisch te onderzoeken.
Is inuline aanwezig, dan doet het zich als groote veelal
kogelvormige harde lichamen kennen.
Behalve de genoemde stoffen komen in alle planten
nog voedingsstoffen voor, die de scheikundige tot de
eiwitstoffen brengt, en die van de vorige verschillen
door het bezit van N en S, elementen die in de kool-
hydraten (amylum, inuhne, saccharose en glucose) en
in olie niet voorkomen ')•
Deze stikstofhoudende bestanddeelen ontbreken in
geen plant, zoodat men kan zeggen dat elke plant als
voedsel bezit: 1°. een of meer eiwitachtige (stikstof-
houdende) stoffen; 2°. stikstofvrije stoffen, t. w. kool-
hydraten vetten of beide. Deze stoffen nu zijn het die door
de groeiende plant tot opbouw van nieuwe deelen,
tot vergrooting van reeds bestaande en tot het leveren
van den noodigen arbeid worden aangewend. In die-
zelfde mate als de plant groeit, vermindert haar voedsel-
voorraad, en zoo men slechts zorg draagt, dat de plant
zelve haren voorraad niet vermeerdert, zal men zien dat
er eenmaal en wel spoedig een oogenblik komt, dat de
') Daar niet alle genoemde voedingsstoffen in opgelosten toestand voorhan-
den zyn, moeten zü, om van de eene cel naar de andere over te gaan om zoo
eindelijk de plaats van bestemming te bereiken, in oplosbare zelfstandigheden
worden omgezet. Nu is het een wel bekend feit, dat amylum in zulke geval-
len veranderd wordt in glucose. Dit geschiedt onder den invloed van rijasiase,
een stof die by de bereiding van bier zulk een gewichtige rol speelt. Stoffen
die onoplosbare organische verbindingen in oplosbare veranderen, noemt men
eiisymen; men onderscheidt ze in diastatische en peptoniseerende. Laatstgenoemde
zullen nog worden vermeld bij Insecten-etende planten.