Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
HOOFDSTUK HI.
RANGSCHIKKING OF SYSTEMATIEK.
In het tweede hoofdstuk hebben wij herhaaldelijk ge-
legenheid gehad op te merken, dat de planten, evenals
de dieren, aangeduid worden door twee latijnsche namen,
behalve door den naam die voor alle landen, ja dik-
wyls voor onderdeelen van hetzelfde land, verschilt. Als
voorbeelden kunnen worden aangehaald Aristolochia
Clematitis (Pijpbloem), Salvia pratensis (Veldsalie) en
Orchis fusca (bruine Orchis). De eerste naam is de
geslachtsnaam, de tweede de soortnaam. Met
denzelfden geslachtsnaam duidt men alle planten aan
die zich aan ons oog als zeer verwant voordoen. Boter-
bloemen b. v. zullen door iedereen onmiddellijk als leden
van hetzelfde geslacht herkend worden, eveneens Malva's,
zoo ook Viooltjes. De plantkundige noemt de groep
die alle boterbloemen bevat, het geslacht Ranunculus,
terwijl hij de namen Mal va en Viola op de beide andere
groepen toepast. Ieder die eenigermate oplettend is,
herkent allicht de geslachten der planten, ten minste
van die planten die in zijne omgeving te vinden zijn.
Maar soorten worden niet zoo gemakkelijk herkend.
Eerst bij nadere beschouwing ziet men pas dat de eene
boterbloem ongedeelde bladeren heeft, een andere hand-