Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
190 Het vervoer van stuifmeel cloor dieren.
hals (r), en 3°. een onderste nagenoeg bolvormige ruimte
(A;),die op het vruchtbeginsel rust. Binnen in dit vpijdere
deel ontwaart men een kort gedrongen zeszijdig lichaampje
dat uit stempel {n) en meeldraden («) bestaat. Laatstge-
noemde zitten zijdelings tegen den stempel aan, maar
blijven onder den naar buiten springenden rand verbor-
gen. Het tweede deel van het bloemdek, de hals, is aan
zijn binnenwand geheel met dikke, stijve haren bezet,
die met de punt naar beneden zijn gekeerd, en die wel
verder naar onder, maar omgekeerd niet naar boven
kunnen bewogen worden.
De Insecten, die deze bloemen bezoeken, zijn zeer
kleine mugjes. Zij vliegen den wijden ingang binnen,
kruipen vervolgens door de lange buis (wat hun door
de zooeven genoemde bijzonderheid der haren niet
moeilijk valt) en komen weldra in den ruimen ketel.
Nadat zij hier nu het een of ander (nog niet bekende)
voedsel hebben genoten, trachten zij langs denzelfden
weg een heenkomen te vinden, maar de haren verhin-
deren het hun. De mugjes worden dus juist zoo ge-
vangen gehouden als de visschen in een fuik. Natuurlijk
loopen de diertjes onrustig in hun enge en donkere ver-
blijfplaats rond en geraken al heel licht op den grooten
zeshoekigen stempel, waar zij het pollen, dat zij van een
andere bloem hebben meegekregen, achterlaten. Als dit
plaats heeft, zijn de meeldraden nog onontwikkeld, de
plant is dus eene protogynische. Maar wanneer de be-
vruchting plaats heeft gegrepen, komen ook de helm-
hokjes tot volledige ontwikkeling en laten het rijpe pollen
vrij. Tegelijkertijd verandert ook het bloemdek; het
gaat namelijk verwelken, terwijl ook de haartjes uitdro-
gen. De gevangenen kunnen thans ontkomen, 't geen