Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
ons toegekeerde helft bij aanraking naar beneden uit-
wijkt, zoodat wij dan binnen in kunnen zien. Alsdan
ondekt men pas de zooeven vermelde hechtschijfjes
naast elkaar, en bovendien een kleverige vloeistof, die
beide vochtig houdt.
De volgende zeer leerzame en belangwekkende proef
laat zich nu met deze of een andere Orchis gemak-
kelijk nemen. Men neemt een fijn gepunt potlood en
beproeft daarmede de spoor (n fig. I—IV) binnen te
dringen, in de richting door het pijltje bij III aange-
geven ; nu kan het niet anders of men raakt het beursje
(r) aan. Op dit oogenblik wijkt de buigzame voorwand
naar beneden uit en het hechtschijfje van één der stuif-
meelklompen (of van beide) komt met het potlood in aan-
raking. Trekt men na enkele seconden het potlood weer
uit de bloem, dan gaat de stuifmeelklomp mede, wijl
zijn hechtschijfje stevig aan het teruggetrokken voor-
werp verbonden is (V). Houdt men het potlood nu
tegen het licht om den stuifmeelklomp te bezichtigen,
dan ontdekt men, dat het staartje s zich weldra gaat
krommen, waardoor de pollenklomp horizontaal komt
te staan (VI), terwijl hij van te voren verticaal stond.
Daarbij behoudt hij den eenigszins zijdehngs schuinschen
stand, dien hij reeds in het helmhokje vertoonde en dit
is juist de reden, dat wanneer men het potlood in een
andere bloem brengt, juist het dikkere uiteinde {ij VI)
tegen den kleverigen stempel tt (IV) aanstoot. Trekt
men het potlood nu weer terug, dan blijft een gedeelte
van het stuifmeel aan den stempel hangen.
Nadat wij deze opmerkelijke proef hebben leeren
kennen, is de werking der Insecten op deze bloem niet
moeielijk meer te begrijpen. Beschouwen wij daartoe