Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
zoodanige, wier meeldraden en stampers tegelijkertijd
rijp zijn. De heteromorphie bestaat hierin, dat bij de
planten, waar zij voorkomt, het ééne individu anders
gevormde bloemen draagt dan het andere. Wel komen
in de bloemen van verschillende gedaante meeldraden
en stampers bij elkander voor, maar hun betrekkelijke
stand is niet gelijk. Men onderscheidt de heteromorphe
bloemen in dimorphe en trimorphe.
Een der bekendste dimorphe bloemen is de sleutel-
bloem (Primula elatior, acaulis en officinalis). Wij willen
haar als voorbeeld kiezen om het wezen der dimorphie
nader te verklaren (fig. 143). In I en 111 zijn de beide
Fig. 143.
vormen, waaronder deze bloem zich voordoet, afgebeeld.
Reeds uitwendig beschouwd vertoonen zij verschil, aan-
gezien I bij a (den toegang tot de kroonbuis) eene
ringvormige uitzetting bezit, welke III niet heeft. Openen
wij nu de beide bloemen, dan komt een ander verschil
voor den dag. Bij II (dezelfde als I, maar overlangs
doorgesneden) zijn de meeldraden met hunne korte helm-
draden geheel in den toegang der buis (dus op de keel)
ingehecht (S). De stijl bereikt in deze bloem ongeveer
de helft der buislengte, zoodat de stempel niet hooger