Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
Het honig zuigen wordt door de vlinders met het
meeste gevolg uitgeoefend, aangezien zij, gelijk wij
reeds opmerkten, een volkomen ontwikkelde zuigbuis
bezitten. Deze zit vóór aan den kop tusschen de beide
groote oogen in. Hoewel hare lengte dikwijls die van
het lichaam overtreft, valt zij gedurende de rust weinig
in het oog om de eenvoudige reden, dat zy dan opge-
rold is. Van daar de naam roltong (fig. 133. r). Zij
is van binnen hol en voor het zuigen behoeft alleen de
spits in het vocht te worden gebracht. De overige mond-
deelen zijn zeer onvolkomen. Terwijl deze bij andere
Insecten (b.v. Rechtvleugelige) sterk op den voorgrond
treden, zijn ze bij de Vlinders meestal rudimentair, d. i.
te weinig ontwikkeld om een werking uit te oefenen.
Alleen de beide liptasters (fig. 133. p) zijn gewoonlijk
vrij lang, lancetvormig en behaard. Tusschen de haartjes
blijft onder het zuigen lichtelijk een weinig stuifmeel
hangen, terwijl het in een volgende bloem weer door
den stempel wordt afgestreken.
De lengte der roltong bedraagt niet zelden 3 tot
7 c.M., ja tusschen de tropen leven Vlinders met
een meer dan 20 c.M. langen zuiger. Door die bij-
zondere lengte hunner monddeelen zijn zeer vele vhn-
ders in staat den honig uit lange, nauwe bloembuizen
te halen, die door
dieren met korte zui-
gers te vergeefs wor-
''' ' den bezocht. Dat dit
een groot voordeel is
Fig. 134. voor de bezitters,
behoeft wel geen betoog. Beschouwen wij als voor-
beeld van een lange kroonbuis de kamperfoelie, de