Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
vleugelige, Vliesvleugelige, Tweevleugelige, Schubvleu-
gelige of Vlinders, Netvleugelige, Rechtvleugelige. De
Insecten, die de bloemen ter wille van den nectar en
het pollen bezoeken, zijn bijna uitsluitend vSchild-, Schub-,
Twee- en Vliesvleugelige, terwijl de leden der overige
orden slechts bij uitzondering, en meer bij toeval op
de bloemen komen en dus voor de bestuiving van wei-
nig beteekenis zijn. Wij slaan deze daarom over, om
ons meer bepaald met de eerstgenoemde orden bezig te
houden. Ons doel is, de lichamelijke inrichtingen te
leeren kennen, die met de béstuiving der bloemen in
verband staan. Daarbij moeten wij bovenal het oog ves-
tigen op den eigendommelijken bouw van die deelen,
die voor het opnemen van het voedsel dienen, m. a. w.
wij moeten de mond werk tuigen nauwkeurig onder-
zoeken. Hiedjij moet zich aansluiten eene beschouwing
van die lichaamsdeelen, waardoor het pollen van de eene
bloem naar de andere wordt gebracht.
1). Vlinders. Van alle Insecten zijn de Vlinders
die, wier lichaam het volkomenst voor het opnemen
van bloemenvoedsel is ingericht, aangezien hun lange
roltong het hun mogelijk maakt, uit de langste en nauwste
kroonbuizen den diep verborgen honig te voor.schijn te
halen.
De Dagvhnders slaan de vleugels in den rusttoestand
tegen elkander aan, zoodat zij loodrecht naar boven
zijn gericht. In dezen toestand (flg. 132) blijven zij dik-
wyls langen tijd op een bloemgroep, om zich ongestoord
aan het genot van het honigzuigen over te geven. De
genoemde stand der vleugels gedurende de rust is voor
de Dagvlinders van groote beteekenis. De vogels, die
op hen azen, zullen ze op deze wijze niet zoo spoe-