Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
hij wegens de groote hoeveelheid afgescheiden vocht
zeer kleverig, waardoor het eenmaal afgestreken pollen
er op achterblijft.
6. Plaatsing van den honig. De honig der
Insecten-bloemen is zoodanig in de bloem gelegen, dat
het Insect op weg daarheen helmknoppen en stempel
moet aanraken. Het komt niet voor, dat de honig vóór
in de bloem ligt en de geslachtswerktuigen in de diepte
liggen. Juist het omgekeerde is het geval; want terwijl
stempel en helmhokjes min of meer ver uit de bloem-
bekleedselen uitsteken, ligt de honig meer in de diepte.
In betrekkelijk weinige gevallen o.a. bii vlakke bloemen
zou de honig lichtelijk met regendroppels in aanraking
kunnen komen, waardoor hij zou kunnen bederven en
daardoor ongeschikt worden voor Insecten. In die gevallen
is evenwel dikwijls de eene of andere inrichting aanwezig
om die schadelijke invloeden tegen te gaan, zooals kroon-
schubben, een bijkroon, haarbmideltjes enz.
7. Het honig merk. Als een Insect door bloe-
menkleur en bloemengeur aangelokt, zich op een honig-
bloem heeft neergezet, dan is toch nog van groot belang
voor de plant, dat er niet veel tijd door het dier verspild
wordt met het vinden van de voedingsstoffen. Want
hoe spoediger het met honig zuigen gereed' is in ééne
bloem, des te meer bloemen zal het in een bepaalden
tijd kunnen bezoeken en zoodoende kruisen. Vandaar
dat een groot aantal honigbloemen een wijzer hebben,
die de Insecten juist naar die plaats richt, waar ze het
kostelijke vocht zeker zullen vinden. De inrichting, die
den Insecten het uitvinden van den honig gemakkelijk
maakt, noemt men het honigmerk. Het honigmerk wordt
gevormd door vlekken, stipjes en streepjes op de bloem-