Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
148 Het vervoer van stuifmeel dom- dieren.
en drukken tevens den honig uit de zuigmaag naar bui-
ten, waarna zij beide tot een korreltje brij (bijenbrood)
vermengen, dat zij gebruiken om de larven te voederen.
Dat die planten, wier pollen in groote hoeveelheden
tot dit doel wordt gebruikt, meer stuifmeel voortbren-
gen, dan voor de bevruchting bepaald noodig is, Ugt
voor de hand.
Behalve nectar en stuifmeel zijn er nog wel andere
voedingsstoffen in sommige bloemen. Als zoodanig
kunnen namelijk de teere deelen van bloembladen en
meeldraden dienen, die door sommige insecten worden
opgekauwd.
Zijn nu de kleur en de reuk der bloemen, de afge-
scheiden honig en de hoeveelheid stuifmeel al zeer
krachtige lokmiddelen voor de Insecten, zoo neemt dit
niet weg, dat er bij Insecten-bloemen nog allerlei in-
richtingen bestaan, die de gevolgen van het Insecten-
bezoek zoo voordeelig mogelijk doen zijn. Zoo hebben
deze bloemen evenals windbloemen stuifmeel dat bijzon-
der voor haar geschikt is, alsmede een stempel die weer
andere eigenschappen heeft dan die der windbloemen.
Verder is het honig-orgaan met betrekking tot den stand
van helmhokjes en stempel zoo gunstig mogelijk ge-
plaatst, en zijn er inrichtingen aanwezig die den honig
tegen bederf beschermen, maar ook weer zoodanige, die
de plaats van het aldan verborgen vocht aanwijzen.
4. Aard van het stuifmeel. Terwijl de wind-
bloemen stuivend pollen voortbrengen, dat zich, zoo-
dra het de helmhokjes verlaten heeft, in afzonderlijke
korreltjes verdeelt, bezitten daarentegen de meeste Insec-
tenbloemen pollenkorrels, die aan de oppervlakte kleverig
zijn. Door deze bijzondere eigenschappen blijven de