Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
Fig. :29.
kromde stelen staande helmvormige hoorntjes (w), die
elastisch zijn en in het knopvormig boveneinde honig
afzonderen. Deze beide zonderling gevormde organen
zijn vervormde bloembladen. - Het sierlijkste nectarium
van onze inlandsche
bloemen bezit het Par-
naskruid (Parnassia pa-
lustris, (fig. 129). Aan
de binnenzijde van elk
der vijf bloembladen,
maar achter de meel-
draden vindt men een
waaiervormig orgaan, dat gewoonlijk in elf lange witte,
geelgeknopte steeltjes uitloopt. Aan de basis van dit
orgaan (bij n) wordt de honig gevormd.
Uit deze voorbeelden blijkt voldoende, dat dit honig-
orgaan in verschillende bloemdeelen zetelen kan. Bij de
Boterbloem, het Nieskruid, de Akelei en de Monnikskap
is het een deel van het bloemblad, bij het Viooltje een
deel der meeldraden en bij de Ratelen en Schermplanten
zit het op den stamper. Slechts in weinige gevallen is
de afgescheiden honig onbedekt, zoodat hij bereikbaar
is voor regendroppels, die er een zeer ongunstigen in-
vloed op uitoefenen, meestal zijn er haarbundeltjes, kroon-
schubben enz. aanwezig, die de nectariën en hun product
tegen nattigheid beschermen.
h. Stuifmeel. Evenals de honig, dient ook het
stuifmeel dikwijls als voedsel voor Insecten. Verschei-
dene hunner, zooals Kevers, eten het terwijl ze nog in
de bloem zijn; andere, zooals Bijen, verzamelen het
met daartoe dienende organen en brengen het naar
den bijenkorf. Hier strijken zij het van hun lichaam af