Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
aan vuil groen-geel en zwart-rood gekleurde bloemen,
dus zoodanige die in kleur (en reuk) met de genoemde
rottende stoffen overeenkomen.
2. De geur. De geur der bloem is eveneens een
lokmiddel voor Insecten. Verscheidene Insecten, b.v.
de bijen houden van dezelfde geuren die ook den
mensch behagen. Zoo oefent de aangename geur van
het Maartsche Viooltje groote aantrekkingskracht op
de byen uit. De bloemen van andere planten bezit-
ten den walgelijken reuk van rottende stoffen, zooals
van vleesch dat in ontbinding verkeert enz., en lok-
ken daardoor eenige soorten van vliegen die op het
voedsel azen.
Verder hebben die bloemen een sterken geur, waar
de bestuiving gedurende den nacht plaats grijpt. De
Insecten, die deze bloemen bezoeken, zijn voornamelijk
Vlinders en wel Avondvlinders (Sphingiden) en Uilen.
Al is het ook waar dat die planten meestal in het be-
zit zijn van groote, witte of gele bloemen, zouden ze
toch weinig door de genoemde vlinders bezocht wor-
den, wanneer niet een krachtige doordringende aange-
name geur deze diertjes aanlokte. — Bekende planten,
die door avond- en nachtvlinders worden bezocht, zijn
O. a. de Kamperfoelie (Lonicera Periclymenum) en Pla-
tanthera bifolia, een Orchidee.
3. Voedsel. Daar de Insecten bij hunne bezoeken
aan de bloemen hoofdzakelijk geleid worden door de
behoefte aan voedsel, zoo is het voor de bloemen van
belang dat zij hun een rijkelijken en niet spoedig uit-
geputten voorraad honig aanbieden. Want al is het waar,
dat eenige bloemen, die geen voedsel voor de Insecten
schijnen te bezitten, ze toch tot zich lokken door tint en