Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door dieren. 14.3
bekleedselen. AVaar twee kransen zijn, zijn ze öf beide
gekleurd (perigonium der Eenzaadlobbige planten) öf
alleen de binnenste (Tweezaadlobbige planten), die dan
bloemkroon heet in tegenstelling van den haar omge-
venden kelk. Is er slechts één krans aanwezig, wat
bij Insecten-bloemen trouwens een groote zeldzaamheid
is, dan draagt die natuurlijk de kleur. Groote bloem-
bekleedselen zijn voordeelig voor Insectenbloemen, ten
eerste omdat deze dan meer in 't oog vallen, en ten
tweede omdat zij de inwendige deelen der bloemen voor
schadelijke invloeden vrijwaren.
Terwijl dus windbloemen klein zijn en groenachtig
van tint, waardoor zij weinig tegen de bladeren der
plant afsteken, zijn de Insecten-bloemen daarentegen
groot en schitterend gekleurd. Zij zijn wat de leek
eigenlijke bloemen noemt.
Bij vele gewassen zijn de bloemen elk op zichzelve
groot en in 't oog vallend, maar bij andere zijn ze wel
gekleurd maar klein. In dit geval zijn ze echter ver-
eenigd tot bloeiwijzen of inflorescenties, die van een
afstand beschouwd dezelfde uitwerking doen als ééne
groote bloem. Zelden zit de kleur in andere bloem-
deelen dan de bekleedselen. De mannelijke katjes der
AVilgen i) b.v. zijn, wanneer de plant in de vroege lente
vóór de ontwikkeling der bladeren bloeit op verren
afstand zichtbaar. De oorzaak hiervan is gelegen in de
fraaie zwavelgele kleur der helmhokjes. — By vele
Myrtaceeën van Nieuw-Holland is het de kleur der
') Wilgenbloemen zijn naar den bouw der bloem schijnbaar windbloe-
men, maar de gele kleur en de aanwezigheid van een honigkliertje zijn
oorzaak, dat ze regelmatig door Insecten worden bezocht. Zij houden dus
eigeniyk het midden tusschen beide groepen.