Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door den ivind. 136
draden, volstaan met te zeggen, dat de stempel uit de
bloemhulsels te voorschijn komt en er öf zijdelings öf
boven uitsteekt.
7. Grootte der bloembekleedselen. Uit
de waarnemingen aangaande meeldraden en stempel blijkt
reeds voldoende, dat de bloembekleedselen der wind-
bloemen klein zijn. Want zoo ze groot waren en dus
de geslachtsorganen insloten ('t geen bij vele niet-wind-
bloemen 't geval is), dan zou de wind het pollen in
't geheel niet uit de helmhokjes bevrijden en het even-
min op den stempel van andere bloemen kunnen over-
brengen. De bloembekleedselen zijn dan ook inderdaad
klein, weinig in 't oog loopend en groenachtig van kleur.
De hier behandelde planten hebben eigenlijk geen bloe-
men, maar bloesems (vgl. p. 56). Eigenlijke bloe-
men, in den zin waarin de leek dit woord opvat, dus
bloemen met groote en schoon gekleurde bloembekleed-
selen, komen integendeel bij zoodanige planten voor,
waar de bestuiving door middel van dieren tot stand
komt. Bij slechts weinige windbloemen zijn de kransen
van bloembekleedselen verschillend van aard, bij vele
is slechts één krans aanwezig, en nog andere zijn ge-
heel naakt.
2. Be inrichtingen der windbloemen ter voorkoming
van zelfbestuiving.
Bij planten met windbloemen bestaan blijkens het-
geen voorafgaat allerlei inrichtingen, die de kruisbe-
vruchting d. i. het tot stand komen eener kruising
van verschillende individuen in de hand werken. Be-
halve deze positieve, bestaan er in de hier besproken
bloemen, .ook negatieve inrichtingen, dat zijn zoodanige