Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door den ivind. 133
De bloemen en hare meeldraden zijn zoo geplaatst, dat
zij zooveel mogelijk aan den vpind zijn blootgesteld.
Wij weten, dat vele planten met windbloemen hooge
boomen zijn en dus veel meer dan kruiden en andere
kleine planten aan luchtbewegingen zijn blootgesteld.
Maar zelfs afgezien daarvan is de inrichting der bloem
toch nog opmerkelijk, aangezien of zij zelve, of alleen
hare meeldraden of de geheele bloeiwijze, waarvan zij
deel uitmaakt, zeer licht beweeglijk is. Lichten wij
het gezegde door enkele voorbeelden toe. De meeste
Katjesdragende gewassen (Hazelaar, Berk, Populier,
Els, Eik enz.) hebben bloeiwijzen die bij de minste
beweging in de lucht heen en weer shngeren. Het katje
hangt in den bloeitijd naar beneden; daarbij is de alge-
meene bloemsteel zeer zwak, draadvormig en zeer be-
weeglijk. Bij andere planten, b.v. vele Grassen zijn de
onderdeelen der infiorescentie (de aartjes) zeer vatbaar
voor beweging. Het Trilgras (Briza media) (fig. 122), en
de Windhalm (Apera Spica Venti) hebben hunne namen
aan de groote beweeglijkheid van de bloeiwijze te
danken. Bij het Bingelkruid staan de gedrongen bloem-
pakjes recht naar boven, evenzoo zijn de meeldraden
(die de kleine dekblaadjes in lengte overtreffen) stijf
opwaarts gericht. De geheele bloeiwijze is bovendien
elastisch, zoodat zij bij den geringsten stoot heen en
weer schudt en dan groote hoeveelheden stuifmeel
verliest.
Bij andere planten met windbloemen is de bloeiwijze
zelf niet, maar zijn de bloemen wèl beweeglijk. Laatstge-
noemde zijn dan aan teere, dunne en tamelijk lange
bloemstelen bevestigd en hangen door haar eigen
gewicht naar beneden. Bloemen met deze eigenschap-