Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het vervoer van stuifmeel door den ivind. 130
bloemen der vrouwelijke planten zitten op lange, spi-
raalvormig gewonden stelen, die zich tegen den bloei-
tyd zoover uitstrekken, dat de bloemen juist boven de
oppervlakte van het water komen. De bloemen der
mannelijke planten daarentegen maken zich geheel van
deze los, komen aan de oppervlakte, openen zich en
worden nu allicht met de vrouwelijke in aanraking ge-
bracht, waar zij die bestuiven.
De inrichtingen der planten met windbloemen, die de
kruisbevruchting veroorzaken, zijn de volgende:
1. Planten met windbloemen bloeien voor het meeren-
deel in de lente, dus in een tijd, als er harde winden
waaien.
2. De hoeveelheid voortgebracht pollen is buitenge-
woon groot.
3. De pollenkorreltjes zijn aan de oppervlakte niet
kleverig, maar droog.
4. De bloemen en vooral hare meeldraden hebben
een zoodanigen stand, dat de wind er gemakkelijk vat
op heeft.
5. De stempel heeft een groote uitgebreidheid en
is dikwijls met lange vangharen bedekt.
6. De stempel heeft een zoodanigen stand in de bloem,
dat de stuifmeelkorrels er licht tegen aan vliegen.
De inrichtingen, waardoor zelfbestuiving bij planten
met windbloemen verhinderd wordt, zyn:
1. Planten met windbloemen zijn dikwijls tweehui-
zig: zij dragen op het eene individu alleen mannelijke,
op het andere slechts vrouwelijke bloemen.
2. Bij die planten met windbloemen, die een huizig
zijn of tweeslachtige bloemen dragen, zijn meel-
draden en stempels gewoonlijk niet terzelfder tijd rijp.