Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bevmchüng.
117
snede van het helmbindsel. Aan weerskanten bevindt
zich een helmhokje (ö). Dit bestaat uit een buigzamen
wand en een inwendige holte (e). Deze holte is reeds
vóór het openspringen der helmhokjes dicht met kleine
korreltjes (s), het stuifmeel of pollen gevuld. In elk
helmhokje bevinden zich zeer vele, gewoonlijk verschei-
dene duizenden, zulke pollenkorrels. Is de meeldraad rijp,
dan openen zich de hokjes op eene bepaalde plaats (c),
die reeds vroeger door een groeve aan de oppervlakte
werd aangeduid. De beide helften van den wand krom-
men zich dan naar buiten of naar binnen; daardoor
ontstaat de spleet cl, die de korreltjes laat ontwijken.
Daar deze dikwijls kleverig zijn, blijven zij gewoonlijk
aan de oppervlakte der helmhokjes hangen.
3. Het Stuifmeel of Pollen.
n.
Wanneer men een weinig
van het vrijgeworden stuif-
meel door een microscoop
beschouwt, dan blijkt ter-
stond, dat het uit vele
kleine kogeltjes bestaat, die
alle ongeveer dezelfde groot-
te hebben.
AVij willen hier de pol-
lenkorrels van eenige plan-
ten nader onderzoeken (fig.
117). - Het stuifmeelkor-
reltje van den Hazelaar (I)
is bijna kogelrond, aan de oppervlakte glad maar toch
met vier verhevenheden voorzien, die aan haar top een
ni.
Fig. 117.