Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
116 Be bevruchting.
recht op de kroon {h) vallen, dan zullen zij, aange-
zien de ronde bloemkroon het water niet vasthoudt,
afdruipen en ter aarde vallen. In de benedenwaarts
gekeerde opening der bloem kan zelfs het kleinste drup-
peltje niet geraken. Het hoofddoel der bloembekleed-
selen evenwel bestaat in het aanlokken van Insecten,
gelijk weldra zal blijken.
2. De meeldraden.
Wij weten reeds van vroeger, dat een meeldraad
uit tweeërlei deelen bestaat, den h e 1 m d r a a d en de
h e 1 m h O k j e s, die zich als twee, in den regel gele
verdikkingen aan den top van den helmdraad voordoen.
Verder hebben wij gezien, dat die helmhokjes op een
gegeven tijd met een overlangsche of dwarse spleet
openspringen of ook nog wel op andere wijzen, en dat
uit de zóó ontstane opening
een veelal geel poeder, het
stuifmeel of p o 11 e n, te
voorschijn treedt.
Wanneer men een meeldraad
van voldoende grootte (b.v. van
Fis-110- de Lelie), met het bovenste
deel in een gespleten stuk kurk of vlierpit klemt en
er met een scherp mes een zeer dun schijfje dwars van
afsnijdt, dan laat zich hieraan de bouw der helmhokjes
gemakkelijk herkennen. Te dien einde brengt men het
schijfje tusschen tw^ee glazen plaatjes, houdt het tegen
het licht en beschouwt het met de loupe. Men bespeurt
dan in het midden van het schijfje (fig. 116) een smal
rond deel met donker centi'um (a); dit is de dwars-