Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
105-
Fig. ni.
is een scherm samengesteld, dan is het mogelijk dat
er twee soorten van omwindsels zijn, nm. een krans
van blaadjes, die onder aan
het geheele scherm zit, en
eenige die onder elk schermpje
te vinden zijn. Laatstgenoemde
duidt men met den term om-
windseltje aan.
Ook gebeurt het wel dat een
geheele bloeiwijze slechts in het
bezit van één enkel schutblad
is. Dit is het geval bij de Linde (fig. 112), bij de Uien
en bij de Aronskelken; bij laatstgenoemde plant b. v.
is de bloeikolf vóór het ontluiken
der bloempjes in een groot wit of
groenachtig hulsel — de zoogenaamde
bloem schee de — besloten.
Eindelijk zijn er schutblaadjes te
vermelden, die in kleiner of grooter
aantal onder elke afzonderlijke bloera
zijn ingehecht. Hiertoe behooren al-
lerlei zeer uiteenloopende hulsels,
die ook met verschillende namen
worden aangeduid. Zoo noemt men
het b ij k e 1 k bij de Malva's en Stok-
rozen, kelkje bij de Anjelieren, omwindsel bij de
Bosch-Anemone, napje bij de e bloemen van den Eik,
den Beuk, den tammen Kastanje, den Hazelaar enz.,
kafjes bij de Grassen. Bij laatstgenoemde planten
Flg. 112.
') Het napje groeit bü het rijpen van de vrucht mee en hult deze soms ge-
lieel in, zooals bij de Hazelaar.