Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De hloem.
97
juister gezegd zeer kort gesteeld. Tusschen aar en tros
zijn vele overgangen. Als voorbeeld noemen wij de
tusschen het gras algemeen voor-
komende Weegbree. Men spreekt
van een samengestelde aar,
wanneer in plaats van één bloempje
een groepje van bloemen — een
aartje — uit een bepaald punt van
de hoofdas ontspringt; zoo hebben
de Grassen (flg. 1026) in verre de
meeste gevallen samengestelde aren.
3) De bloeikolf (fig. 99). Deze
is eigenlijk een aar, wier hoofdas dik
Fig. 1026. Fig. 103. gf, vleezig is, en waaraan de bloe-
men gedrongen tegen elkander zitten. Een schoon voor-
beeld van de bloeikolf komt voor bij den Aronskelk,
maar ook de Kalmus en het Fonteinkruid zijn door het
bezit dezer soort van inflorescentie gekenmerkt.
Fig. 104. Fig. 105.
4) Het bloemkatje (fig. 108) is een aar met een
dunnen hoofdsteel en kleine groenachtige dikwijls één-
•slachtige bloempjes. Laatstgenoemde zijn meestal dicht
tegen elkaar gedrongen en door groote schutbladen
7